DE TOVERVROUW
1997, Amsterdam: Archipel (De Arbeiderspers), 443pag., ISBN 90-295-2791-9, 1e druk
vert.van: Die Zauberfrau (1997), vert.uit het Duits: Jasper Jacques Meerman
omslagontwerp: Marjo Starink
Actrice, huisvrouw en moeder van een tweeling, Charlotte
Pfeiffer is getrouwd met de door- en doorbrave belastingadviseur Ernstbert
Schatz, die altijd werkt, ook thuis, ja zelfs op het toilet. Geen wonder dat
Charlotte zich meer en meer opwindt. Ze kan heus wel heksen, maar op een dag
geeft ze er de brui aan. De combinatie van Charlottes bijzondere spotlust en
persoonlijke charme bezorgen haar een instant succes als cabaretier. Tussen de
voorstellingen door wordt ze voortdurend belaagd door mannen. Er is namelijk nog
iets: Charlotte kan echt toveren. Mannen worden stapelverliefd op haar als ze
naar ze kijkt, aan 'het' denkt en tegelijkertijd iets laat vallen. Dat leidt tot
allerlei verwikkelingen die soms aangenaam zijn, maar meestal lastig.